Vaklessen

De vaklessen, zoals Engels, schilderen, muziek, gymnastiek, circus, handwerken, houtbewerking en vormtekenen komen elke week op hetzelfde uur terug. Een aantal lessen worden door de eigen klassenleerkracht gegeven, andere lessen door andere onderwijzers.

Handvaardigheid
Kinderen willen zich van nature uiten en experimenteren met materialen en gereedschappen. Door met de handen vorm te geven aan een idee met verscheidene materialen, wordt de wil van jongs af aan geschoold. Het maken van (gebruiks-) voorwerpen is een ideale oefening voor de concentratie, inspanning en volharding.

Handwerken
Vanaf de eerste klas krijgen de leerlingen iedere week handwerken. Handwerken wordt gegeven door de eigen klassenleerkracht of door een onderwijzer van een andere klas.

In de eerste klas beginnen we met breien met zuivere dikke wol. In klas twee leren de kinderen haken. De derdeklassers maken een muts (breien, haken, vilten), gaan verder met het haken en starten met borduren. De vierde klas borduurt vlechten. In klas vijf worden handschoenen of wanten gemaakt. De zesdeklassers vilten pantoffels.

Houtbewerking
In klas vijf start houtbewerken. Met eenvoudig snijwerk vervaardigen de kinderen een gebruiksvoorwerp zoals een houten mes of kaartenstandaard. Al werkend wordt het verdere houtgereedschap verkend, zoals zaag, rasp en vijl. De zesdeklassers leren werken met bankschroeven en het steekgereedschap (guts en beitel).

Vormtekenen

Vormtekenen spreekt de vormkrachten van het kind aan, de ruimtelijke oriëntatie en het stimuleert de beheersing van de fijne motoriek. Het verbonden of lopende schrift wordt mede ontwikkeld uit het vormtekenen.

Tekenen en schilderen

Tijdens de teken- en schilderlessen oefenen we in de lagere klassen met techniek, kleurbeleving en compositie. In de hogere klassen wordt de eigen creatieve en kunstzinnige invulling steeds belangrijker. Tijdens de schilderlessen passen we het nat-in-nat schilderen toe.

Computergebruik

Vanaf klas vier werken de leerlingen regelmatig met laptops of tablets. Ze leren gericht zoeken op internet en het gebruik van Microsoft Office bij het maken van een werkstuk.

Engels

Op de vrijeschool geven we vanaf klas één les in Engels. Voor een kind is een andere taal niet vreemd. Met het grootste gemak leren zij de eigenheid van een taal kennen. Door het omgaan met de vreemde talen kan een begrip ontstaan voor het eigene van verschillende volken in verschillende landen

Gymnastiek

Gymnastiek bevordert de ruimtelijke oriëntatie, het zelfvertrouwen en de wilskracht. Gewerkt wordt onder meer aan kring- en bewegingsspelen, balspelen, rollen, klimmen, springen en vrij bewegen aan toestellen.

In klas zes staat gymnastiek in het kader van het willen oefenen van het individuele lichaam. De eigen prestatie wordt geoefend en gemeten. Als tegenbeweging worden de individuele vaardigheden ingezet bij teamsporten.

Circus

Voor klas vier, vijf en zes is circus onderdeel van de bewegingslessen. Professionele circusdocenten geven de kinderen les in allerlei aspecten van het circus vak. Van het leren hanteren van de diabolo tot jongleren, acrobatiek en clownskunst. De leerlingen ontwikkelen hun gevoel voor balans, ritme en behendigheid. Bovendien vereist het samen een voorstelling of act maken dat je goed samenwerkt en op elkaar afstemt.

Koorzang

Naast de muzikale ontwikkeling binnen de klassen en het leren fluiten vanaf klas één, is er in periodes een vak-les koorzang. Het samen zingen draagt bij aan het oefenen van sociale vaardigheden. Het schoolkoor probeert regelmatig op te treden binnen en buiten de school. Het repertoire is veelzijdig, meerstemmig en meertalig.

Toneel

Toneeloefeningen worden in alle klassen geïntegreerd in het periodeonderwijs. De verwerking van de theoretische leerstof wordt verlevendigd en ‘beleef-baar’ gemaakt in toneeloefeningen. De vertelstof vormt vaak de basis voor een jaarlijks toneelstuk.

Tuinbouw

In het voorjaar start klas vijf in de schooltuin. In de zesde klas sluiten ze af tijdens de herfst. Op deze manier maken de leerlingen een heel tuinbouwseizoen mee. Dit tuinbouwseizoen wordt met hoofd, hart en handen beleefd. Naast kennis over de planten en de groei ervan, ervaren de leerlingen ook dat planten van ons zorg vragen: water, ruimte, lucht maar ook aandacht. Dit vraagt van de kinderen verbinding met de tuin. Ze werken in groepen en volgen de plant van begin tot eind. Het zaaien, planten, verzorgen, oogsten en natuurlijk ook het opeten of verkopen. Op allerlei manieren zijn ze met hun handen bezig met de grond en de plant. Voor de een vanzelfsprekend, voor de ander een uitdaging. Als groep leren ze samenwerken en te overleggen om tot een goed resultaat te komen en elkaars talenten en voorkeuren te respecteren. De tuinbouwlessen combineren we met verkeersvaardigheid, door de fietstocht naar het terrein in Dorst waar de schooltuin gevestigd is.